Geurbeschouwing

Posted by Jan Boot |17 feb 22 |

Stank is een waarschuwing dat we verkeerd bezig zijn

In Ons Weekblad lazen we onlangs de zienswijze  van het CDA op de Geurgebiedsvisie. Dit belangrijke beleidsdocument moet binnenkort worden vastgesteld door de gemeente en daarin staat wat wel en niet kan. Simpel gezegd: meer of minder stank. Helaas is de klaagzang van het CDA een bekend ‘praatje voor de vaak’ dat volledig voorbij gaat aan het algemeen belang. De GGD, het RIVM en talloze belangen- en natuurverenigingen hebben stankoverlast aangewezen als een groot gezondheidsrisico. Stank is niet onschuldig. Net zo min als rook dat is. Dit zijn allebei signalen dat er iets mis is. Stank maakt mensen psychisch en lichamelijk ziek en verlaagt het welzijn en woonplezier van velen.

Industriële productie betekent industriële problemen

De huidige geurbelasting heeft niets meer te maken met het geromantiseerde “gezonde plattelandsluchtje” van kleinschalige boerderijen uit de jaren 50. Zodra je de dorpskern verlaat, zie je industriële veefabrieken waar tienduizenden dieren op elkaar zitten. Samen veroorzaken die een enorme uitstoot van fijnstof, ammoniak, stikstof, methaan en kooldioxide. Daarnaast zijn die stallen een broeinest voor ziektes die over kunnen slaan op de mens, zoals Q-koorts, varkensgriep en ja, ook corona-achtige virussen. Bijna 600.000 dieren in een gemeente van nog geen 7.000 inwoners. Tel de impact van al die veehouderijen bij elkaar op en je hebt de ziekmakende uitstoot van een flinke fabriek. Begrijpt u dat nog? Hebben we dan niets geleerd van de Q-koorts uitbraak, de stikstof-crisis, het gesjoemel met mestvergisters, de verontreiniging van oppervlaktewater, de achteruitgang van biodiversiteit en ga zo maar door? Wanneer zetten we het belang van de gemeenschap, van volksgezondheid en natuur nu eindelijk eens op één?

Een onmisbare signaalfunctie

Geur heeft een belangrijke natuurlijke functie. Het prikkelt onze zintuigen en waarschuwt daarmee voor gevaren, zoals giftige stoffen. En als de geurbelasting hoog is, dan is de uitstoot van gevaarlijke stoffen ook hoog. Fijnstof en alle emissies (van verkeer, industrie en landbouw) zijn verantwoordelijk voor een enorme ziektelast en aanslag op de natuur. Van longproblemen en hart-en vaatziekten bij onze inwoners, tot de aanzienlijke schade aan onze steeds kwetsbaardere en schaarsere natuur. Bovendien staat deze geuroverlast allerlei andere ambitieuze plannen in de weg. Zolang we hem niet aanpakken is elke toeristische visie of plan voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing gedoemd te mislukken .

Groei op een andere manier vormgeven

Er staan twee kampen tegenover elkaar bij de zienswijzen en reacties op de geurgebiedsvisie. Enerzijds de duidelijke zienswijzen van de GGD en de natuurvereniging met een appèl op volksgezondheid, natuurbescherming, het voorzorgsprincipe en herbezinning over de verantwoordelijkheid als lokale overheid. Aan de andere kant treffen we het CDA, met aan hen gelieerde adviesbureau, en de diverse belangenverenigingen van de industriële veehouderij die alleen maar over economische ruimte praten. Volgens het CDA moet de geurgebiedsvisie ruimte geven zodat veehouders kunnen groeien. Nóg meer stank dus, want alle “technische innovaties” die volgens de landbouwsector de geuroverlast en emissies zouden terugdringen, blijken in de praktijk niet te werken. Mede daardoor halen rechters steeds vaker een streep door de ene na de andere milieuvergunning.

Kortom, wat moet er gebeuren voordat men inziet dat de grenzen van de industriële veehouderij al lang ver overschreden zijn? Hoeveel rapporten moeten GGD, RIVM en diverse artsenverenigingen nog schrijven? Voor de VPB is het duidelijk, de economische ruimte moet gezocht worden in een ander, duurzamer en gezonder verdienmodel. Een vermindering van geur en uitstoot is noodzakelijk! Helemaal als je beseft dat in die voorgelegde geurgebiedsvisie geen rekening wordt gehouden met de uitstoot van de Belgische bedrijven in de regio. Dat is vreemd toch? Stoppen geur en uitstoot soms bij de grens? De geurgebiedsvisie kwalificeert het leefklimaat in veel delen van onze gemeente nu al van “matig” oplopend tot “zeer slecht”. Zonder de uitstoot van Belgische veehouderijen. De situatie in onze gemeente is eigenlijk dus nog erger dan de stankplaatjes in de geurgebiedsvisie aangeven.

Meer stank, minder mogelijkheden lange termijn

Naast haar pleidooi voor meer ruimte voor veehouders, suggereert het CDA ook dat de geurgebiedsvisie kansen op burgerwoningen in het buitengebied wegneemt. Dit is echter een rookgordijn. Burgerwoningen in ons buitengebied zijn sowieso niet mogelijk. Ooit heeft men een creatieve truc bedacht: de plattelandswoning die bij uitzondering blootgesteld mag worden aan meer stank dan de doorsnee woning in Nederland. Leuk als instrument voor een stoppende boer om te kunnen blijven wonen in zijn voormalige bedrijfswoning. Maar op de lange termijn is dit vanwege de veel te hoge geurbelasting een garantie op gedonder. Want over tien of twintig jaar is na de verkoop van deze getructe woning, vanwege het slechte leefklimaat veroorzaakt door de “economische activiteit” van nabijgelegen veehouderijen, mogelijk aanleiding van klachten en gerechtelijke procedures. Niet voor niets adviseert de GGD al jaren om te stoppen met “plattelandswoningen” en eindelijk volksgezondheid voorop te stellen. Daarnaast blokkeert de stankoverlast het ontwikkelingspotentieel voor zogenaamde Vrijkomende Agrarische Bebouwing. Wie wil nou een B&B of andere bedrijfje beginnen in een oude schuur of stal in het buitengebied, als je dag en nacht in de stank zit? Nog los van het juridische getouwtrek dat het kan opleveren. Heeft de gemeente Baarle-Nassau op dit vlak al niet genoeg rechtszaken verloren de afgelopen jaren?

Vooruit denken met perspectief voor iedereen

Het zal u ondertussen vast wel duidelijk zijn, de VPB vindt dat deze geurgebiedsvisie niet zomaar even door de raad gerommeld kan worden. Daarom is de VPB vóór uitstel van het vaststellen van de geurgebiedsvisie. Wij willen dat deze meteen goed aansluit bij de omgevingswet, die helaas wéér door Den Haag is uitgesteld. Voor ons is het duidelijk: de volksgezondheid van alle inwoners moet op één staan, niet de economische belangen van enkelen. Dus als u straks in het stemhokje staat bij de gemeenteraadsverkiezingen, vraag uzelf dan af of u graag onder de rook van Tata Steel of de Chemours fabriek in Dordrecht wilt wonen. Is het antwoord nee, stem dan VPB!