Over de VPB

De Vooruitstrevende Partij Baarle is in 1977 ontstaan door het samengaan van de ABGB (Algemeen Belang Gemeente Baarle-Nassau) en de Werknemersbelangen Baarle. In de notulen van het eerste gesprek tussen beide partijen kunnen we lezen: “in de raad is gebleken dat we ongeveer hetzelfde denken en een progressieve partij zou er bij de komende verkiezingen toch moeten zijn”. In de latere besprekingen die geleid hebben tot de oprichting van de Vooruitstrevende Partij Baarle is een compromis gesloten over de naam. Geen Progressieve Partij Baarle maar Vooruitstrevende Partij Baarle. De VPB is vanaf de oprichting al een progressieve partij die inwoners vanuit een progressieve denkwijze en mentaliteit wil vertegenwoordigen. Nu, meer dan 30 jaar later, staat de VPB nog steeds voor verandering, vernieuwing, duurzame ontwikkeling, met gezond verstand verder durven te denken dan het eigenbelang, een mensgerichte benadering en aandacht voor de sociaal zwakkeren.

Qua plaatsing in het politieke spectrum staat de VPB links van het midden. Een centraal thema binnen de werkwijze van de VPB is fatsoen. Openheid, transparantie, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid hangen daar natuurlijk mee samen. De Vooruitstrevende Partij Baarle is een politieke partij waar alle inwoners, die bij andere verkiezingen op linkse partijen stemmen, zich bij thuis kunnen voelen. Hierdoor wordt het progressieve geluid in Baarle-Nassau niet versnipperd.

Politieke benadering van dorpse zaken: De grondhouding waarmee volgens de Vooruitstrevende Partij vanuit de politiek de dorpse zaken benaderd moeten worden. Benaderingswijze: Deze mag niet eenzijdig zijn. Een dorp is een ontmoetingsplaats en een mogelijkheid voor mensen om te kunnen wonen, werken, zich ontwikkelen, recreëren, enz. Kortom: een dorp is een plaats en een sfeer die woonbaar en leefbaar is, waar mensen zich goed voelen en tot hun recht kunnen komen. Dit vraagt om een benadering waarbij ernaar gestreefd wordt het eigen karakter van het dorp zoveel mogelijk te behouden, rekening te houden met de diverse specifieke behoeften van groepen uit de bevolking, aandacht te hebben voor stedenbouwkundige en architecturale facetten en bestaande wetmatigheden niet uit het oog te verliezen, enzovoorts. Kortom: de politiek vraagt om een veelzijdige benadering, waarin het menselijk belang steeds als toetssteen geldt. Laten we daarom spreken van een mensgerichte benadering.

Medespelers:
Veel groeperingen en instanties spelen een rol in het dorp en hebben er invloed op. Voor een echte en hechte samenleving is het nodig dat de betrokkenheid en de vervlechting van de verschillende groeperingen groeien. Dit vraagt om een inspanning van alle medespelers. De plaatselijke overheid moet in dit groeiproces een sturende, faciliterende en corrigerende rol spelen, met bijzondere aandacht voor de zwakkeren.

Beleid:
Welke uitgangspunten voor beleid levert bovengenoemde benaderingswijze op? – Er moet gewerkt worden aan een zo groot mogelijke leefbaarheid voor alle medespelers en naar optimale kansen voor zoveel mogelijk activiteiten en functies; – Beleidsmakers dienen behalve een economische kosten/baten analyse ook een woon/leefbaarheidsanalyse te maken. Prioriteitenstelling dient te gebeuren volgens een multicriteriamethode. Dit houdt in dat er bij beleidskeuzes kwalitatieve afwegingen gemaakt worden. In plaats vanuit een eenzijdig – vaak financieel economisch – denkkader dienen beleidskeuzes gemaakt te worden vanuit een ethisch, mensgericht denkkader, om zoveel mogelijk medespelers/facetten/waarden tot hun recht te laten komen; – Tot de lijst van medespelers behoren ook de vorige en de toekomstige generaties. Bij het bepalen van beleid dienen de volgende vragen gesteld te worden: Wat lieten vorige generaties ons na wat wij te respecteren, bewaren of te restaureren hebben? Wat wensen wij volgende generaties na te laten? Zal die nalatenschap hun welbevinden goed doen? – Beleidsmakers dienen zich te bekommeren om het welzijn van alle betrokkenen, hun activiteiten, hun leefwereld. Bovendien dienen zij zorg te hebben voor andere levensvormen (flora en fauna) en voor de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht.

 

VPB Statuten 1989